Art. 8 Richtlijn 92/46/EEG
1. De Lid-Staten mogen, voor de bereiding van kaas met een rijpingstijd van ten minste 60 dagen, afzonderlijke of algemene afwijkingen toestaan:
a) voor wat betreft de kenmerken van rauwe melk, van de eisen van bijlage A, hoofdstuk IV;
c) van de bepalingen van artikel 7, onder A, punten 2 en 4, voor zover het eindprodukt voldoet aan de criteria bedoeld in bijlage C, hoofdstuk II, onderdeel A;
c) van bijlage C, hoofdstuk IV, onderdeel B, punt 2.
De algemene en bijzondere voorwaarden voor de bereiding van een bepaald produkt en de specifieke normen voor dit type produkt worden zo nodig volgens de procedure van artikel 31 vastgesteld.
2. Volgens de procedure van artikel 31 kunnen de Lid-Staten, voor zover bepaalde eisen van deze richtlijn de bereiding van produkten op basis van melk met traditionele kenmerken in de weg zouden kunnen staan, toestemming krijgen afzonderlijke of algemene afwijkingen toe te staan van de bepalingen van artikel 7, onder A, punten 1 tot en met 4, mits de melk die bij bovenbedoelde bereiding wordt gebruikt, voldoet aan de eisen van bijlage A, hoofdstuk I.
Uiterlijk drie maanden voor de datum bedoeld in artikel 32 delen de Lid-Staten aan de Commissie de lijst mede van de produkten waarvoor zij toepassing van de eerste alinea wensen, alsmede de aard van de gewenste afwijkingen.
Bij het in de eerste alinea bedoelde besluit worden indien nodig de algemene en bijzondere voorwaarden voor de bereiding van een bepaald produkt vastgesteld.
3. Een lijst van produkten "met rauwe melk" kan volgens de procedure van artikel 31 worden vastgesteld.