Art. 13 Richtlijn 92/46/EEG
1. De Lid-Staten zien erop toe dat:
- de dieren van de produktiebedrijven regelmatig aan een veterinaire controle worden onderworpen om na te gaan of de voorschriften van bijlage A, hoofdstuk I, worden nageleefd.
Die controles kunnen worden uitgevoerd in het kader van veterinaire controles die ter toepassing van andere communautaire bepalingen worden verricht.
Wanneer er een vermoeden bestaat dat de in bijlage A opgenomen voorschriften in verband met de gezondheid van de dieren niet worden nageleefd, controleert de bevoegde autoriteit de algemene gezondheidstoestand van de melkgevende dieren en laat hij, indien dat nodig blijkt, een aanvullend onderzoek van deze dieren verrichten;
- de produktiebedrijven op gezette tijden worden gecontroleerd om na te gaan of de hygiënevoorschriften worden nageleefd.
Indien bij de in de eerste alinea bedoelde controle(s) wordt geconstateerd dat de hygiënevoorschriften worden overtreden, neemt de bevoegde autoriteit passende maatregelen.
2. De Lid-Staten leggen de Commissie de maatregelen voor die zij met het oog op de in lid 1, eerste alinea, tweede streepje, bedoelde controles overwegen. Voor de frequentie van deze controles moet rekening worden gehouden met de beoordeling van de op het produktiebedrijf aanwezige risico's.
Deze maatregelen kunnen met het oog op een eenvormige toepassing van deze richtlijn volgens de procedure van artikel 31 worden gewijzigd of aangevuld.
3. De algemene hygiënevoorschriften die de produktiebedrijven in acht moeten nemen, met name wat het onderhoud van de lokalen en het melken betreft, worden volgens de procedure van artikel 31 vastgesteld.