Art. 11 Richtlijn 92/46/EEG
1. De Lid-Staten kunnen aan inrichtingen met een beperkte produktie die produkten op basis van melk bereiden, bij het verlenen van de erkenning afwijkingen toestaan van artikel 7, onder A, punt 2, en artikel 14, lid 2, en bijlage B, hoofdstukken I en V.
De Lid-Staten delen de Commissie uiterlijk drie maanden vóór de datum bedoeld in artikel 32, de criteria mede die zij hebben gekozen om te beoordelen of een inrichting of een categorie inrichtingen in aanmerking kan komen voor afwijkingen als bedoeld in de eerste alinea.
Indien de Commissie na onderzoek van de gekozen criteria of na de overeenkomstig artikel 17 verrichte controles van oordeel is dat deze criteria de uniforme toepassing van deze richtlijn in de weg kunnen staan, kunnen deze criteria volgens de procedure van artikel 31 gewijzigd of aangevuld worden. Volgens dezelfde procedure worden de voorwaarden vastgesteld waaronder de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat de inrichtingen in kwestie herindeelt.
2. Op basis van de door de Commissie overeenkomstig lid 1, tweede alinea, ingewonnen inlichtingen, worden vóór 1 januari 1997 volgens de procedure van artikel 31 uniforme criteria voor de toepassing van dit artikel vastgesteld.