Art. 9 Tweede Richtlijn 90/619/EEG

Tweede Richtlijn 90/619/EEG

Titel III B van de Eerste Richtlijn wordt aangevuld met de volgende artikelen :

"Artikel 32 bis

De bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten stellen de Commissie in kennis van :

a) elke vergunningsverlening voor een rechtstreekse of middellijke dochteronderneming waarvan één of meer moederondernemingen onder het recht van een derde land vallen . De Commissie stelt het in artikel 32 ter, lid 6, bedoelde Comité daarvan in kennis;

b) elke deelneming van een dergelijke moederonderneming in een verzekeringsonderneming van de Gemeenschap waardoor laatstgenoemde de dochteronderneming van eerstgenoemde wordt . De Commissie stelt het in artikel 32 ter, lid 6, bedoelde Comité daarvan in kennis .

Wanneer vergunning wordt verleend aan een rechtstreekse of middellijke dochteronderneming van één of meer moederondernemingen die onder het recht van een derde land vallen, wordt de structuur van de groep vermeld in de kennisgeving van de bevoegde autoriteiten aan de Commissie .

Artikel 32 ter

1. De Lid-Staten stellen de Commissie in kennis van de algemene moeilijkheden die hun verzekeringsondernemingen ondervinden bij vestiging of uitoefening van hun werkzaamheden in een derde land .

2. De Commissie stelt, voor de eerste maal niet later dan zes maanden voor de in artikel 30, tweede alinea, van Richtlijn 90/619/EEG ( 1 ) bedoelde datum en vervolgens periodiek, een verslag op waarin de in de leden 3 en 4 bedoelde behandeling van verzekeringsondernemingen van de Gemeenschap in derde landen, met betrekking tot de vestiging en de uitoefening van

verzekeringswerkzaamheden en het verwerven van deelnemingen in verzekeringsondernemingen van derde landen wordt onderzocht . De Commissie legt deze verslagen, in voorkomend geval vergezeld van passende voorstellen, voor aan de Raad .

3. Indien de Commissie vaststelt, hetzij op grond van de in lid 2 bedoelde verslagen, hetzij op basis van andere informatie, dat een derde land de verzekeringsondernemingen van de Gemeenschap geen daadwerkelijke toegang tot de markt verleent die vergelijkbaar is met die welke de Gemeenschap toekent aan verzekeringsondernemingen van dat derde land, kan zij aan de Raad voorstellen doen om een passend onderhandelingsmandaat te verkrijgen ten einde voor de verzekeringsondernemingen van de Gemeenschap vergelijkbare concurrentiemogelijkheden te verkrijgen . De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen .

4. Indien de Commissie vaststelt, hetzij op grond van de in lid 2 bedoelde verslagen, hetzij op basis van andere informatie, dat in een derde land verzekerings

ondernemingen van de Gemeenschap geen nationale behandeling krijgen die dezelfde concurrentiemogelijkheden biedt als die welke aan binnenlandse verzekeringsondernemingen worden geboden, en dat de voorwaarden voor daadwerkelijke toegang tot de markt niet zijn vervuld, kan zij onderhandelingen openen om dit euvel te verhelpen .

In de in de eerste alinea van dit lid bedoelde omstandigheden kan ook, naast het openen van onderhandelingen, overeenkomstig de procedure van artikel 32 ter, lid 6, worden besloten dat de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten hun beslissingen moeten beperken of opschorten inzake :

_ op het tijdstip van het besluit of later ingediende vergunningsaanvragen, en

_ het verwerven van deelnemingen door rechtstreekse of middellijke moederondernemingen die onder het recht van het betrokken derde land vallen .

De bedoelde maatregelen zijn ten hoogste drie maanden geldig .

Voor het verstrijken van deze termijn van drie maanden kan de Raad in het licht van het resultaat van de onderhandelingen op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluiten of de genomen maatregelen van toepassing blijven .

Een dergelijke beperking of opschorting geldt niet voor de oprichting van dochterondernemingen door verzekeringsondernemingen of dochterondernemingen daarvan die een vergunning hebben gekregen in de Gemeenschap, noch voor het verwerven van deelnemingen door dergelijke ondernemingen of dochterondernemingen in een verzekeringsonderneming van de Gemeenschap .

5. Indien de Commissie een van de in de leden 3 en 4 bedoelde vaststellingen doet, stellen de Lid-Staten haar desgevraagd in kennis van :

a) elke vergunningsaanvraag door een rechtstreekse of middellijke dochteronderneming waarvan een of meer moederondernemingen onder het recht van het betrokken derde land vallen;

b) elk door een dergelijke onderneming voorgelegd project voor verwerving van een deelneming in een verzekeringsonderneming van de Gemeenschap, waardoor laatstgenoemde de dochteronderneming van eerstgenoemde wordt .

Deze kennisgevingsverplichting vervalt zodra met een derde land als bedoeld in lid 3 of lid 4 een overeenkomst is gesloten of wanneer de in lid 4, tweede en derde alinea, bedoelde maatregelen niet meer van toepassing zijn .

6. De Commissie wordt bijgestaan door een Comité bestaande uit vertegenwoordigers van de Lid-Staten en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie .

De vertegenwoordiger van de Commissie legt het Comité een ontwerp voor van de te nemen maatregelen . Het Comité brengt advies uit over dit ontwerp binnen een termijn die de Voorzitter kan vaststellen naar gelang van de urgentie van de materie . Het Comité spreekt zich uit met de meerderheid van stemmen die in artikel 148, lid 2, van het Verdrag is voorgeschreven voor de aanneming van de besluiten die de Raad op voorstel van de Commissie dient te nemen . Bij de stemming in het Comité worden de stemmen van de vertegenwoordigers van de Lid-Staten gewogen overeenkomstig genoemd artikel . De Voorzitter neemt niet aan de stemming deel .

De Commissie stelt de beoogde maatregelen vast wanneer zij in overeenstemming zijn met het advies van het Comité .

Wanneer de beoogde maatregelen niet in overeenstemming zijn met het advies van het Comité of indien geen advies is uitgebracht, dient de Commissie onverwijld bij de Raad een voorstel in betreffende de te nemen maatregelen . De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen .

Indien de Raad, na verloop van een termijn die in elk door de Raad uit hoofde van dit lid te nemen besluit zal worden vastgesteld, maar die in geen geval langer kan zijn dan drie maanden na de indiening van het voorstel bij de Raad, geen besluit heeft genomen, worden de voorgestelde maatregelen door de Commissie vastgesteld, tenzij de Raad zich met gewone meerderheid van stemmen tegen

genoemde maatregelen heeft uitgesproken .

7. De krachtens dit artikel getroffen maatregelen moeten in overeenstemming zijn met de verplichtingen die de Gemeenschap heeft uit hoofde van bilaterale of multilaterale internationale overeenkomsten inzake de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van verzekeringsondernemingen .

( 1 ) PB nr . L 330 van 29 . 11 . 1990, blz . 50 .".

Vorige artikelen

Volgende artikelen