Art. 6 Tweede Richtlijn 90/619/EEG
1. Artikel 25 van de Eerste Richtlijn wordt ingetrokken .
2. Elke Lid-Staat verleent, onder de in het nationale recht vastgestelde voorwaarden, de op zijn grondgebied gevestigde ondernemingen toestemming voor de gehele of gedeeltelijke overdracht van hun portefeuille met overeenkomsten waarvoor deze Lid-Staat de Lid-Staat van de verbintenis is, aan een in dezelfde Lid-Staat gevestigde overnemende onderneming, indien de toezichthoudende autoriteiten van de Lid-Staat van het hoofdkantoor van de overnemende onderneming verklaren dat deze onderneming, mede gelet op de overdracht, de vereiste solvabiliteitsmarge bezit .
3. Elke Lid-Staat verleent, onder de in het nationale recht vastgestelde voorwaarden, de op zijn grondgebied gevestigde ondernemingen toestemming voor de gehele of gedeeltelijke overdracht van hun portefeuille met overeenkomsten die zijn gesloten in de in artikel 10, lid 1, bedoelde omstandigheden, aan een in
Lid-Staat van dienstverrichting gevestigde overnemende onderneming, indien de toezichthoudende autoriteiten van de Lid-Staat van het hoofdkantoor van de overnemende onderneming verklaren dat deze onderneming, mede gelet op de overdracht, de vereiste solvabiliteitsmarge bezit .
4. Elke Lid-Staat verleent, onder de in het nationale recht vastgestelde voorwaarden, de op zijn grondgebied gevestigde ondernemingen toestemming voor de gehele of gedeeltelijke overdracht van hun portefeuille met overeenkomsten die zijn gesloten in de in artikel 10, lid 1, bedoelde omstandigheden, aan een in dezelfde Lid-Staat gevestigde overnemende onderneming, indien de toezichthoudende autoriteiten van de Lid-Staat van het hoofdkantoor van de overnemende onderneming verklaren dat deze onderneming, mede gelet op de overdracht, de vereiste solvabiliteitsmarge bezit en indien deze onderneming in de Lid-Staat van dienstverrichting aan de voorwaarden van de artikelen 11, 12, 14 en 16 voldoet .
5. In de gevallen bedoeld in de leden 3 en 4, geven de toezichthoudende autoriteiten van de Lid-Staat van vestiging van de overdragende onderneming toestemming voor de overdracht nadat zij de instemming hebben verkregen van de toezichthoudende autoriteiten van de Lid-Staat van dienstverrichting .
6. Indien een Lid-Staat, onder de in het nationale recht vastgestelde voorwaarden, de op zijn grondgebied gevestigde ondernemingen toestemming verleent voor de gehele of gedeeltelijke overdracht van hun portefeuille
met overeenkomsten aan een overnemende onderneming gevestigd in een andere Lid-Staat die niet de Lid-Staat van dienstverrichting is, vergewist hij zich ervan dat aan de volgende voorwaarden is voldaan :
_ de toezichthoudende autoriteiten van de Lid-Staat van het hoofdkantoor van de overnemende onderneming verklaren dat deze onderneming, mede gelet op de overdracht, de vereiste solvabiliteitsmarge bezit;
_ de Lid-Staat waar de overnemende onderneming is gevestigd, gaat akkoord;
_ de overnemende onderneming voldoet in de Lid-Staat van dienstverrichting aan de voorwaarden van de artikelen 11, 12, 14 en 16; het recht van deze Lid-Staat voorziet in de mogelijkheid van een dergelijke overdracht en deze Lid-Staat gaat akkoord met de overdracht .
7. De overeenkomstig dit artikel toegestane overdracht wordt in de Lid-Staat van de verbintenis bekendgemaakt onder de in het nationale recht vastgestelde voorwaarden . Deze overdracht kan van rechtswege worden tegengeworpen aan de verzekeringnemers, aan de verzekerden en aan iedereen die uit de overgedragen overeenkomsten voortvloeiende rechten of verplichtingen heeft .
Deze bepaling doet geen afbreuk aan het recht van de Lid-Staten om de verzekeringnemers de mogelijkheid te bieden de overeenkomst binnen een bepaalde termijn na de overdracht op te zeggen .