Art. 5 Tweede Richtlijn 90/619/EEG

Tweede Richtlijn 90/619/EEG

Artikel 23 van de Eerste Richtlijn wordt aangevuld met het volgende lid :

"3 . Iedere Lid-Staat neemt de nodige maatregelen opdat de op de verzekeringsondernemingen toezichthoudende autoriteiten over de bevoegdheden en middelen beschikken die noodzakelijk zijn om toezicht uit te oefenen op de werkzaamheden van de op zijn grondgebied gevestigde verzekeringsondernemingen, met inbegrip van de werkzaamheden die buiten dit grondgebied worden verricht, overeenkomstig de richtlijnen van de Raad betreffende deze werkzaamheden en met het oog op de toepassing ervan .

Deze bevoegdheden en middelen moeten aan de toezichthoudende autoriteiten met name de mogelijkheid verschaffen om :

_ grondige informatie te verkrijgen over de situatie en alle werkzaamheden van de onderneming, met name :

_ door het inwinnen van inlichtingen of het opvragen van documenten betreffende de verzekeringsactiviteiten,

_ door het verrichten van controles ter plaatse in de bedrijfsruimten van de onderneming;

_ jegens de onderneming alle afdoende en noodzakelijke maatregelen te treffen om te bewerkstelligen dat de werkzaamheden van de onderneming blijven stroken met de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen welke de onderneming in de onderscheiden Lid-Staten in acht moet nemen, inzonderheid met het programma van werkzaamheden, voor zover dit laatste verplicht blijft, alsook om misstanden te vermijden of te beëindigen die de belangen der verzekerden zouden schaden;

_ te bewerkstelligen dat de door de toezichthoudende autoriteiten noodzakelijk geachte maatregelen worden toegepast, zo nodig door de tenuitvoerlegging ervan te gelasten, in voorkomend geval door een beroep te doen op de rechterlijke instanties .

De Lid-Staten kunnen de toezichthoudende autoriteiten ook de mogelijkheid bieden alle inlichtingen te verkrijgen betreffende de overeenkomsten die in het bezit zijn van tussenpersonen .".

Vorige artikelen

Volgende artikelen