Art. 23 Verordening (EEG) nr. 859/89
1. De in artikel 19, lid 1, bedoelde contracten en de bijbehorende vergoeding hebben betrekking op de krachtens deze verordening uitgevoerde werkzaamheden en de daaruit voortvloeiende kosten, en met name op:
a) het vervoer van het vlees met been van de opslagplaats naar de uitsnijderij, als deze niet als opslagplaats is aangewezen; b) het uitbenen, opmaken, verpakken en snelvriezen van het vlees;
c) de opslag van de bevroren deelstukken, het laden, het transport en het opnieuw inslaan ervan door het interventiebureau in het door dat bureau aangewezen koelhuis;
d) de kosten voor het materiaal, met name het verpakkingsmateriaal;
e) de waarde van de beenderen, vetresten en andere afsnijdsels die bij het uitsnijden ontstaan, die door het interventiebureau aan de uitsnijderijen kunnen worden overgelaten.
2. De in lid 1, onder c), bedoelde koelhuizen moeten gelegen zijn op het grondgebied van de Lid-Staat waaronder het interventiebureau ressorteert.
Behoudens een bijzondere, volgens de procedure van artikel 27 van Verordening (EEG) nr. 805/68 vast te stellen ontheffing moeten deze koelhuizen geschikt zijn om al het door het interventiebureau toegewezen uitgebeende vlees, gedurende ten minste drie maanden, onder technisch acceptabele condities op te slaan.