Art. 22 Verordening (EEG) nr. 859/89

Verordening (EEG) nr. 859/89

1. De delen zonder been worden verpakt overeenkomstig de volgende regels en zo dat het vlees nergens rechtstreeks met het karton in aanraking komt:

a) De van de achtervoet afkomstige deelstukken, met uitzondering van - in voorkomend geval - het gedeelte van de vleeslappen en de flank dat aan de achtervoet grenst, worden afzonderlijk en volledig in voor het verpakken van levensmiddelen geschikt polyethyleen met een dikte van minstens 0,05 mm verpakt en in kartonnen dozen met een nettogewicht van ten hoogste 30 kg gedaan.

b) De van de voorvoet afkomstige deelstukken en - in voorkomend geval - het van de achtervoet afkomstige gedeelte van de vleeslappen en de flank, worden:

- hetzij verpakt in kartonnen dozen die aan de binnenzijde voorzien zijn van polyethyleenfolie, geschikt voor het verpakken van levensmiddelen, met een dikte van ten minste 0,05 mm;

- hetzij verpakt in zakken van polyethyleen, geschikt voor het verpakken van levensmiddelen, met een dikte van ten minste 0,05 mm.

c) Wanneer de deelstukken afzonderlijk verpakt zijn en in kartonnen dozen worden gedaan die aan de binnenzijde voorzien zijn van polyethyleenfolie of van een polyethyleenzak, moet deze polyethyleen alleen een dikte van minstens 0,05 mm hebben.

Het nettogewicht per doos mag niet meer bedragen dan 30 kg.

2. In een zelfde kartonnen doos of in een zelfde zak mogen slechts deelstukken met dezelfde benaming en afkomstig van dezelfde categorie dieren worden verpakt.

Vorige artikelen

Volgende artikelen