Art. 48 Verordening (EEG) nr. 337/79
1. De naam tafelwijn mag alleen worden gebruikt voor de in punt 11 van bijlage II omschreven wijn .
2. Van de onder post 22.05 van het gemeenschappelijk douanetarief vallende produkten mogen alleen likeurwijn , mousserende wijn , mousserende wijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd , parelwijn , parelwijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd , v.q.p.r.d . , en in voorkomend geval in afwijking van artikel 51 , lid 1 , wijn bedoeld in artikel 50 , leden 1 en 2 , alsmede tafelwijn binnen de Gemeenschap voor rechtstreekse menselijke consumptie worden aangeboden of afgeleverd .
3. a ) Behoudens afwijking voor wijn in flessen waarvoor het bewijs kan worden geleverd dat de wijn is gebotteld voor 1 september 1971 mag andere wijn dan v.q.p.r.d . , die afkomstig is van de in artikel 49 bedoelde wijnstokrassen , maar die niet beantwoordt aan de in de punten 10 tot en met 16 van bijlage II vermelde definities , slechts worden aangewend voor eigen verbruik van de wijnbrouwer , voor vervaardiging van wijnazijn of voor distillatie . In jaren waarin de weersomstandigheden ongunstig zijn geweest , kan evenwel worden bepaald dat de produkten uit de wijnbouwzones A en B , welke niet het voor de betrokken wijnbouwzone vastgestelde minimum natuurlijk alcohol-volumegehalte bezitten , in de Gemeenschap mogen worden gebruikt voor de bereiding van mousserende wijn of mousserende wijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd , op voorwaarde dat deze wijnen een effectief alcohol-volumegehalte bereiken van ten minste 8,5 % vol of parelwijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd . In dat geval moet de verrijking geschieden binnen de grenzen van artikel 32 , lid 2 ;
b) Behoudens afwijkingen waartoe de Raad op voorstel van de Commissie met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit , mogen
- verse druiven ,
- druivemost ,
- gedeeltelijk gegiste druivemost ,
- jonge nog gistende wijn ,
- wijn ,
afkomstig van wijnstokrassen die niet in de indeling zijn opgenomen , uitsluitend binnen de Gemeenschap in het verkeer worden gebracht voor azijnbereiding of voor distillatie . Deze produkten mogen voorts worden aangewend voor eigen verbruik van de wijnbouwer .
4. Van druiven afkomstig van wijnstokken die in strijd met de communautaire of nationale bepalingen inzake aanplant van en herbeplanting met wijnstokken zijn geplant , mag geen tafelwijn worden bereid . De van deze druiven bereide produkten mogen uitsluitend in het verkeer worden gebracht voor distillatie . Op basis van deze produkten mag echter geen alcohol worden bereid met een alcohol-volumegehalte van 80 % vol of minder .
5. Onverminderd de strengere bepalingen die Lid-Staten voor de bereiding op hun grondgebied van produkten die niet vallen onder post 22.05 van het gemeenschappelijk douanetarief , kunnen toepassen , mag druivemost , waarvan de gisting door toevoegen van alcohol is gestuit , alleen voor de bereiding van die produkten worden gebruikt .
Uit druivesap en uit geconcentreerd druivesap , van oorsprong uit de Gemeenschap , mag geen wijn worden bereid en deze produkten mogen niet aan wijn worden toegevoegd . Van deze produkten wordt de bestemming gecontroleerd .
Het is verboden deze produkten op het geografische grondgebied van de Gemeenschap tot alcoholische vergisting te brengen .
Deze bepaling is niet van toepassing op produkten die bestemd zijn voor de fabricatie , in het Verenigd Koninkrijk en in Ierland , van onder post 22.07 van het gemeenschappelijk douanetarief vallende produkten , waarvoor , op grond van artikel 54 , lid 1 , eerste alinea , het gebruik van een samengestelde benaming waarin het woord " wijn " voorkomt , door de Lid-Staten mag worden toegestaan .
Wijnen die tot tafelwijn kunnen worden verwerkt welke niet het minimum effectief alcohol-volumegehalte van tafelwijn bereiken , mogen slechts in het verkeer worden gebracht wanneer zij bestemd zijn voor de bereiding van mousserende wijnen , azijnbereiding , distillatie of ander industrieel gebruik . Verrijking van die wijnen en versnijding ervan met tafelwijn ten einde het effectief alcohol-volumegehalte ervan te verhogen tot het voor tafelwijn voorgeschreven peil , mag alleen geschieden in de installatie van de wijnbereider of voor zijn rekening .
Wijn of andere voor rechtstreekse menselijke consumptie bestemde dranken , met uitzondering van alcohol , brandewijn of piquette , mogen niet worden verkregen uit wijnmoer of draf van druiven van oorsprong uit de Gemeenschap .
Piquette , voor zover de vervaardiging ervan door de betrokken Lid-Staat wordt toegestaan , mag slechts worden aangewend voor distillatie alsmede voor eigen verbruik van de wijnbouwer .
Distillatiewijn mag alleen voor distillatie worden aangewend .
6. De afwijkingen bedoeld in lid 3 , sub a ) , eerste en tweede alinea , alsmede de uitvoeringsbepalingen van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 67 .