Art. 6

1. Onverminderd het bepaalde in de leden 2 en 3 verbieden de Lid-Staten voor alle in artikel 1 bedoelde vogelsoorten de verkoop , het vervoer voor verkoop en het in bezit hebben voor verkoop alsmede het ten verkoop aanbieden van levende en dode vogels alsmede van gemakkelijk herkenbare delen van deze vogels of op uit deze vogels verkregen produkten .

2. Voor de in bijlage III/1 vermelde soorten zijn de in lid 1 bedoelde activiteiten niet verboden indien de vogels op geoorloofde wijze zijn gedood of gevangen of op andere geoorloofde wijze verkregen .

3. De Lid-Staten kunnen voor de in bijlage III/2 genoemde vogelsoorten de in lid 1 bedoelde activiteiten op hun grondgebied toestaan en hierbij beperkingen opleggen indien de vogels op geoorloofde wijze zijn gedood of gevangen of op andere geoorloofde wijze verkregen .

Lid-Staten die een dergelijke toestemming willen verlenen , treden vooraf in overleg met de Commissie om met deze na te gaan of door het in de handel brengen van vogels van de betrokken soort , naar hetgeen redelijkerwijs kan worden verwacht , het populatieniveau , de geografische verspreiding of de omvang van de voortplanting van deze soorten in de gehele Gemeenschap in gevaar worden gebracht of kunnen worden gebracht . Indien uit dit onderzoek blijkt dat de beoogde toestemming volgens de Commissie tot een van de genoemde gevaren leidt of kan leiden , richt de Commissie een met redenen omklede aanbeveling tot de Lid-Staat , waarin het in de handel brengen van de betrokken soort wordt afgekeurd . Indien een dergelijk gevaar volgens de Commissie niet aanwezig is , dan deelt zij dit mede aan de Lid-Staat .

De aanbeveling van de Commissie wordt bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen .

Een Lid-Staat die uit hoofde van dit lid toestemming verleent , onderzoekt met regelmatige tussenpozen of nog voldaan wordt aan de voorwaarden voor de verlening van deze toestemming .

4. Ten aanzien van de in bijlage III/3 genoemde soorten verricht de Commissie studies over hun biologische status en de weerslag van het in de handel brengen daarop .

De Commissie legt uiterlijk vier maanden voor het verstrijken van de in artikel 18 , lid 1 , bedoelde termijn een verslag en haar voorstellen voor aan het in artikel 16 bedoelde Comité met het oog op een besluit over het opnemen van deze soorten in bijlage III/2 .

In afwachting van dat besluit kunnen de Lid-Staten op deze soorten de bestaande nationale regelingen toepassen onverminderd het bepaalde in lid 3 .

Uitspraken die dit artikel aanhalen