Art. 8
1. Wat de jacht op en de vangst of het doden van vogels in het kader van deze richtlijn betreft , verbieden de Lid-Staten het gebruik van alle middelen , installaties of methoden voor het massale of niet-selectieve vangen of doden van vogels of waardoor een soort plaatselijk kan verdwijnen , en in het bijzonder het gebruik van de in bijlage IV , sub a ) , genoemde middelen .
2. Bovendien verbieden de Lid-Staten elke achtervolging met behulp van de in bijlage IV , sub b ) , genoemde vervoermiddelen op de in die bijlage omschreven wijze .