Art. 3

1. Met inachtneming van de in artikel 2 genoemde eisen nemen de Lid-Staten alle nodige maatregelen om voor alle in artikel 1 bedoelde vogelsoorten een voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen , in stand te houden of te herstellen .

2. Voor de bescherming , de instandhouding en het herstel van biotopen en leefgebieden worden in de eerste plaats de volgende maatregelen getroffen : a ) instelling van beschermingszones ;

b) onderhoud en ruimtelijke ordening overeenkomstig de ecologische eisen van leefgebieden binnen en buiten de beschermingszones ;

c) herstel of weer aanleggen van vernietigde biotopen ;

d) aanleg van biotopen .

Uitspraken die dit artikel aanhalen