Art. 5 Richtlijn 71/118/EEG
1. De bevoegde centrale autoriteit van de Lid-Staat waar het slachthuis zich bevindt , draagt er zorg voor , dat de erkenning , bedoeld in artikel 3 , lid 1 , onder a ) , slechts wordt verleend indien is voldaan aan het bepaalde in de hoofdstukken I en II van bijlage I en indien dit slachthuis kan voldoen aan de overige voorwaarden van deze bijlage ; zij draagt er tevens zorg voor dat op de naleving van deze bepalingen door een officiële dierenarts wordt toegezien en dat de erkenning wordt ingetrokken indien een of meer dezer bepalingen niet meer worden nageleefd .
2. Alle erkende slachthuizen worden vermeld op een lijst , waarbij aan elk slachthuis een toelatingsnummer wordt toegekend . Iedere Lid-Staat doet aan de andere Lid-Staten en de Commissie een lijst toekomen van de erkende slachthuizen met hun toelatingsnummer en stelt hen in kennis van de eventuele intrekking van een erkenning .
3. Indien een Lid-Staat van mening is dat in een slachthuis van een andere Lid-Staat de voorwaarden waarvan de erkenning afhankelijk is , niet of niet meer worden nageleefd , stelt hij de bevoegde centrale autoriteit van de betrokken Lid-Staat daarvan in kennis . Deze autoriteit treft de nodige maatregelen en stelt de bevoegde centrale autoriteiten van de eerste Lid-Staat in kennis van de genomen beslissingen en van de gronden waarop deze berusten .
Wanneer deze laatste vreest dat deze maatregelen niet worden genomen of niet voldoende zijn , kan hij zich tot de Commissie wenden , die een of meer veterinaire deskundigen verzoekt , advies uit te brengen . Op grond van dit advies kunnen de Lid-Staten volgens de procedure van artikel 12 worden gemachtigd om de overbrenging naar hun grondgebied van vers vlees van pluimvee dat uit het betrokken slachthuis afkomstig is , voorlopig te verbieden .
Bovenbedoelde machtiging kan volgens de procedure van artikel 12 op grond van een nieuw advies van één of meer veterinaire deskundigen worden ingetrokken .
De veterinaire deskundigen moeten de nationaliteit van een der niet bij het geschil betrokken Lid-Staten bezitten .
De Commissie stelt , na raadpleging van de Lid-Staten , vast , hoe dit lid moet worden toegepast , in het bijzonder wat het aanwijzen van de veterinaire deskundigen en de bij het uitbrengen van een advies te volgen procedure betreft .
4. Ook buiten een slachthuis gelegen koel - en vrieshuizen worden voor het opslaan van vers vlees van pluimvee onder toezicht van een officiële dierenarts geplaatst .
Wat het opslaan van vers vlees van pluimvee betreft , is de bevoegde centrale autoriteit van de Lid-Staat waar het koel - en vrieshuis zich bevindt , verantwoordelijk voor de erkenning van deze inrichting , alsmede voor de intrekking daarvan .