Art. 9 Richtlijn 71/118/EEG

Richtlijn 71/118/EEG

1. Onverminderd de bevoegdheid die voortvloeit uit het bepaalde in artikel 5 , lid 3 , tweede alinea , tweede zin , kan een Lid-Staat het in de handel brengen van vers vlees van pluimvee uit een andere Lid-Staat op zijn grondgebied verbieden indien bij de keuring in het land van bestemming is vastgesteld dat :

a) dit vlees niet geschikt is voor menselijke consumptie , of

b) het bepaalde in artikel 3 , in artikel 8 of in artikel 14 , niet in acht is genomen .

2. Bij de krachtens lid 1 genomen besluiten moet terugzending van het verse vlees van pluimvee op verzoek van de afzender of diens lasthebber worden toegestaan voor zover daartegen uit veterinair of sanitair oogpunt geen bezwaren bestaan . In ieder geval zullen veiligheidsmaatregelen worden getroffen om een verkeerd gebruik van dit vlees te voorkomen .

3. Deze besluiten moeten ter kennis worden gebracht van de afzender of van zijn lasthebber met vermelding van de redenen . Wanneer hierom wordt verzocht , moeten deze gemotiveerde besluiten hem onverwijld schriftelijk worden medegedeeld met vermelding van de beroepsmogelijkheden die het geldende recht biedt , alsook van de wijze waarop en de termijn waarbinnen deze moeten worden aangewend .

4. Wanneer deze besluiten berusten op de vaststelling van de aanwezigheid van een besmettelijke ziekte , van een afwijking die gevaar oplevert voor de gezondheid van de mens of op ernstige veronachtzaming van de voorschriften van deze richtlijn , worden zij eveneens onverwijld en met vermelding van de redenen ter kennis gebracht van de bevoegde centrale autoriteit van het land van verzending .