ABRvS 8 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2023

[appellant] heeft de rechtbank op 11 oktober 2017 op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Awb verzocht om vergoeding van materiële en immateriële schade als gevolg van een onrechtmatige uitzetting naar Pakistan. [appellant] is geboren op [geboortedatum] 1987 en heeft de Pakistaanse nationaliteit. Hij behoort tot de Ahmadi-minderheid. [appellant] stelt materiële en immateriële schade (in totaal € 56.286,80, te vermeerderen met wettelijke rente) te hebben geleden als gevolg van de onrechtmatige uitzetting naar Islamabad (Pakistan) op 18 februari 2015. [appellant] stelt in Pakistan te zijn aangevallen door een groep moslimfundamentalisten, waardoor hij in het ziekenhuis is beland. Daarna is hij twee maanden ondergedoken. Begin mei 2015 heeft hij Pakistan verlaten en is via Iran, Turkije, Griekenland en de Balkanroute naar Duitsland gereisd. In september 2015 is hij in Duitsland aangekomen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken