HR 21 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:123
Vordering b.p. Wettelijke rente. Artt. 6:162.1, 6:119.1 en 6:83 aanhef en onder b, BW. Middel b.p.: HR herhaalt HR 3 oktober 2006, ECLI:NL:HR:2006:AW3559 inhoudende dat uit de bepalingen van het BW voortvloeit dat verdachte t.g.v. zijn onrechtmatige gedragingen jegens de b.p. jegens deze schadeplichtig is en dat hij zonder ingebrekestelling tevens de wettelijke rente verschuldigd is vanaf het moment dat de schade is ingetreden. Door te bepalen dat het toegewezen bedrag van de vordering van de b.p. pas vanaf de dag waarop het Hof zijn arrest heeft uitgesproken wordt vermeerderd met de wettelijke rente, heeft het Hof het voorgaande miskend. De HR doet de zaak zelf af.
De uitspraak op rechtspraak.nl