ABRvS 1 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:842
Bij uitspraak van 13 januari 2020 heeft de rechtbank een verzoek van [appellante] om de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid te veroordelen tot schadevergoeding afgewezen. In hoger beroep is in geschil of de rechtbank het verzoek van [appellante] om schadevergoeding terecht heeft afgewezen. Op 2 juli 2014 heeft [appellante] een aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging in Nederland met [gemachtigde], haar echtgenoot, ingediend. Bij besluit van 30 september 2014 heeft de staatssecretaris deze aanvraag afgewezen. Aan dat besluit is ten grondslag gelegd dat, gelet op een rapport van de Belastingdienst van 24 september 2014, aannemelijk is dat [gemachtigde] onjuiste gegevens over zijn inkomen heeft verstrekt en niet aan het middelenvereiste, als bedoeld in artikel 3.22 van het Vreemdelingenbesluit 2000, voldoet. Bij besluit van 18 november 2014 heeft de staatssecretaris het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 6 juli 2015 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel aangewend.
De uitspraak op rechtspraak.nl