ABRvS 12 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2421
Bij uitspraak van 14 juli 2023 heeft de rechtbank een verzoek van [appellant] om het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen te veroordelen tot schadevergoeding afgewezen. Deze zaak gaat over de vraag of de rechtbank het verzoek om schadevergoeding van [appellant] terecht heeft afgewezen. Bij brief van 1 september 2021 heeft [appellant] de rechtbank verzocht het CBR te veroordelen tot het betalen van schadevergoeding als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb. Aan dit verzoek heeft hij ten grondslag gelegd dat hij als gevolg van het besluit van 13 november 2020 niet over zijn rijbewijs kon beschikken en daardoor inkomsten heeft gemist. Hij exploiteert een bedrijf voor bouw-, renovatie- en onderhoudswerkzaamheden. Hij heeft meerdere grote projecten en huurt hiervoor personeel in. Het personeel vervoert hij zelf en zijn aanwezigheid op de werkvloer is nodig voor aansturing van het personeel. Doordat hij geen rijbewijs had, kon hij minder werkzaamheden uitvoeren. [appellant] stelt inkomsten te hebben gemist in de periode van 13 november 2020 tot en met 21 januari 2021.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 30 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1334
- ABRvS 8 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2023
- HR 25 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1510
- ABRvS 15 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1669
- ABRvS 1 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:898
- ABRvS 17 juli 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2471
- HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793
- ABRvS 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:593
- ABRvS 29 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:836
- HR 18 maart 2005 (Baby Kelly), ECLI:NL:HR:2005:AR5213
- HR 9 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO7721