ABRvS 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5603
[appellant sub 2] heeft de rechtbank op 28 juni 2023 verzocht om de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Awb, te veroordelen tot vergoeding van schade. In hoger beroep is in geschil of de rechtbank de minister terecht heeft veroordeeld tot het betalen van een vergoeding aan [appellant sub 2] ter hoogte van € 7.500,- voor immateriële schade en het verzoek om vergoeding van inkomensschade terecht heeft afgewezen. In hoger beroep is in geschil of de rechtbank de minister terecht heeft veroordeeld tot het betalen van een vergoeding aan [appellant sub 2] ter hoogte van € 7.500,- voor immateriële schade en het verzoek om vergoeding van inkomensschade terecht heeft afgewezen. [appellant sub 2] stelt in totaal € 25.000,- immateriële en inkomensschade te hebben geleden, omdat de minister ten onrechte zijn verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd heeft ingetrokken en een inreisverbod heeft opgelegd.
De uitspraak op rechtspraak.nl