Rb. Zeeland-West-Brabant 23 december 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:5898
Dividendbelasting / internationaal, dividendbelastingzaken, pilotprocedure, woonstaatneutralisatie, vergelijkbaarheid met fbi Belanghebbende is een Duits beleggingsfonds in de vorm van een Publikum Sondervermögen en wil teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting die ten laste van hem is ingehouden. De rechtbank ziet in het betoog van de inspecteur dat geen sprake kan zijn van een (verboden) belemmering gelet de wijze waarop Nederland voorkoming van economische internationale dubbele belastingheffing verleent en gelet op het OESO-gedachtegoed, geen aanleiding (i) om aanvullende prejudiciële vragen te stellen, en evenmin (ii) om de zaak Fidelity Funds niet tot uitgangspunt te nemen. De rechtbank is van oordeel dat het verschil in behandeling van een buitenlands beleggingsfonds ten opzichte van een Nederlandse fbi wat betreft de teruggaaf van dividendbelasting een belemmering van het vrije verkeer van kapitaal is dat – op systeemniveau – niet kan worden gerechtvaardigd op de grond dat het fonds niet inhoudingsplichtig is voor de Nederlandse dividendbelasting. De rechtbank komt tot een vergelijkbaar oordeel voor de afdrachtvermindering. Daarbij is van belang dat de rechtbank van oordeel is dat wél sprake is van een verschil in behandeling tussen een buitenlands beleggingsfonds en een Nederlandse fbi. Bij de beoordeling van de Nederlandse belastingdruk ter zake van ontvangen dividend moet namelijk niet alleen rekening worden gehouden met de daarop ingehouden Nederlandse dividendbelasting maar ook met de afdrachtvermindering aangezien die juridisch ten goede van de fbi komt. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van woonstaatneutralisatie die de belemmering kan wegnemen of rechtvaardigen. Voor zover in Duitsland woonstaatneutralisatie plaatsvindt op het niveau van de participant in belanghebbende, gebeurt die woonstaatneutralisatie namelijk niet omdat Nederland dat bilateraal gewaarborgd heeft. Uiteindelijk oordeelt de rechtbank dat belanghebbende geen recht heeft op teruggaaf van 15% dividendbelasting omdat hij niet vergelijkbaar is met een fbi wegens het niet-voldoen aan de dooruitdelingseis.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Hof 's-Hertogenbosch 24 oktober 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3972
- Conclusie A-G Wattel 26 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:782
- Hof 's-Hertogenbosch 12 juli 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:2385
- Conclusie A-G Wattel 22 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:545
- Conclusie A-G Wattel 22 maart 2019, ECLI:NL:PHR:2019:281
- Rb. Zeeland-West-Brabant 26 februari 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:801
- Hof 's-Hertogenbosch 4 januari 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:7
- HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1790
- Conclusie A-G Wattel 27 september 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1061
- Rb. Zeeland-West-Brabant 1 maart 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:1236
- HR 3 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:341
- HR 3 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:342
- Conclusie A-G Wattel 9 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1106
- Rb. Zeeland-West-Brabant 1 augustus 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:4829
- HR 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1777
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2002:750
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2018:480
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2019:352
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2019:677