Rb. Rotterdam 5 november 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:9821

Gelet op het eerdere procedeergedrag van opposant in andere zaken acht de verzetrechter de kans aan zekerheid grenzend dat opposant een fysieke zitting zal gebruiken om de verzetrechter te wraken zodra het opposant niet wordt toegestaan geluidsopnamen van de zitting te maken. De verzetrechter acht het niet zinvol om opposant opnieuw gelegenheid te bieden om een oneigenlijk wrakingsverzoek te doen. Zelfs indien aangenomen zou moeten worden dat opposant in het onderliggende geschil in de zaak ROT 20/570 een reëel (financieel) belang heeft bij zijn faillissementsverzoek, levert het verzoek om bijzondere bijstand voor de kosten van griffierecht en het beroep bij de bestuursrechter op betalingsonmacht in het licht van het voortdurende procedeergedrag van opposant misbruik van recht op. Indien opposant zich zou beperken tot het incidenteel voeren van procedures waarbij hij een (financieel) belang heeft in combinatie met een reële slaagkans, dan vormt de hoogte van het griffierecht geen beletsel tot toegang tot de rechter. Opposant meent echter ten onrechte dat hem (onbeperkt) gelden uit de publieke kas ter beschikking gesteld moeten worden om zijn aanzienlijke reeks procedures te financieren en ook dat hij in de gelegenheid moet worden gesteld om daarover gratis en onbeperkt te procederen bij de bestuursrechter. Daarover gaan beide procedures bij de bestuursrechter en dus ook het verzet. Artikel 35 Participatiewet en de artikelen 8:41 lid 6 en 8:1 Awb zijn daar niet voor bedoeld. Ondanks dat opposant uit een reeks uitspraken duidelijk moet zijn (geworden) dat hij geen aanspraak kan maken op ontheffing van de verplichting griffierecht te voldoen, blijft opposant op dezelfde voet doorprocederen. Dat levert misbruik van recht op.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken