Rb. Rotterdam 8 mei 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:4163
De verzetsrechter doet het verzet af zonder nadere zitting. Door de (verlengde) coronamaatregelen blijft de rechtbank voor langere tijd gesloten. Weliswaar zal de rechtbank op korte termijn op zeer beperkte schaal starten met het houden van fysieke hoorzittingen in urgente zaken, maar deze zaken behoren niet tot die categorie zaken. Op 14 februari 2020 heeft een hoorzitting plaatsgevonden, maar die is vroegtijdig beëindigd vanwege het wrakingsverzoek van opposant, waarvan door de wrakingskamer is geoordeeld dat die misbruik van het middel van wraking oplevert (ECLI:NL:RBROT:2020:2692). Gelet hierop heeft opposant zonder noodzaak een verdere mondelinge behandeling van zijn verzetten op een fysieke hoorzitting binnen een afzienbare tijd onmogelijk gemaakt. Een vorm van video- of telehoren acht de verzetsrechter geen optie, omdat niet kan worden uitgesloten dat opposant een geluidsopname daarvan zal maken, terwijl opposant juist de verzetsrechter tijdens de eerdere hoorzitting op 14 februari 2020 zonder succes heeft gewraakt vanwege het hem niet toestaan geluidsopnames te maken. Het recht om in verzet te worden gehoord is niet absoluut, wat reeds volgt uit de tekst van artikel 8:55 lid 4 Awb. Er kunnen zich ook buiten de in dat artikellid genoemde gevallen bijzondere omstandigheden voordoen waardoor geen hoorzitting in welke vorm ook kan plaatshebben. De verzetsrechter meent dat opposant in dit geval niet wordt benadeeld door het achterwege laten van een nadere zitting. Daarbij neemt de verzetsrechter in aanmerking dat de voorliggende rechtsvragen en relevante feiten uit de stukken en de uitgebreide verzetschriften helder zijn en dat opposant in zijn verzetschriften zeer uitvoerig uiteen heeft gezet waarom hij aanspraak zou moeten kunnen maken op ontheffing van de verplichting het verschuldigde griffierecht te voldoen en waarom geen sprake zou zijn van misbruik van recht. Daar komt bij dat hier de openbaarheid van een hoorzitting van zeer beperkt gewicht is. Artikel 8:55 lid 5 Awb verplicht de verzetsrechter immers niet om andere partijen in de gelegenheid te stellen om te worden gehoord.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 7 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:991
- Rb. Rotterdam 16 maart 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:2692
- CRvB 29 oktober 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:3379
- Rb. Rotterdam 2 september 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:6987
- Rb. Rotterdam 2 september 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:6990
- CRvB 28 juni 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2158
- Rb. Rotterdam 24 juni 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:5290
- ABRvS 22 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1653
- Rb. Rotterdam 17 mei 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:4060
- CRvB 8 februari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:425
- CRvB 22 januari 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:307
- ABRvS 31 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3558
- HR 9 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1882
- CRvB 24 juli 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2246
- CRvB 24 juli 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2248
- CRvB 24 juli 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2249
- CRvB 24 juli 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2250
- Hof Amsterdam 20 februari 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:652
- ABRvS 6 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3310
- Rb. Rotterdam 8 september 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:6918