Rb. Rotterdam 20 december 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:11931
Veelprocedeerder. Op 23 maart 2023 heeft verzoeker zijn herzieningsverzoek opnieuw ingediend. Gelet op de correspondentie die daarop is gevolgd, merkt de voorzieningenrechter het verzoek aan als een nieuw verzoek om herziening. Van een uitspraak op een verzoek om een voorlopige voorziening voor zover daarin niet zelf in de hoofdzaak wordt voorzien, kan niet om herziening worden gezocht (zie ECLI:NL:RBROT:2016:460). Daarom zal de voorzieningenrechter het verzoek om herziening aanmerken als te zijn gericht tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter voor zover daarin is beslist op de hoofdzaak als bedoeld in artikel 8:86 van de Awb. De voorzieningenrechter stelt vast dat de griffier ten onrechte heeft nagelaten griffierecht te heffen. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om verzoeker alsnog in de gelegenheid te stellen het griffierecht te voldoen. De voorzieningenrechter is namelijk van oordeel dat verzoeker om de redenen die zijn vermeld in de uitspraak van 22 november 2022 (ECLI:NL:RBROT:2022:10012) op het eerste herzieningsverzoek misbruik van recht maakt.
De uitspraak op rechtspraak.nl