Rb. Rotterdam 2 september 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:6987

Omdat eiser een beroep op betalingsonmacht heeft gedaan in verband met de verplichting griffierecht te voldoen, zal de rechtbank zich ambtshalve buigen over de vraag of eiser geen ontheffing van de verplichting tot het betalen van griffierecht moet worden verleend, omdat met het instellen van beroep sprake is van misbruik van recht (ABRvS 12 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2730). De rechtbank brengt in dit verband in herinnering dat, gelet op de grote hoeveelheid aanvragen van eiser aan en procedures van eiser tegen verweerder en andere instanties, alsmede op de eerder gegeven oordelen van de bestuursrechter over het procedeergedrag van eiser, inmiddels het punt is bereikt dat de rechtbank voorshands uitgaat van misbruik van recht door eiser, tenzij aanknopingspunten bestaan voor het tegendeel (Rb. Rotterdam 17 mei 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:4060). De rechtbank komt gelet hierop tot de volgende beoordeling. (…) Ook in deze zaak is niet gebleken van enige noodzaak tot het maken van kosten. Zo heeft verweerder terecht vastgesteld dat de procedure waarin eiser kosten heeft in verband met verschuldigde griffierecht van € 79 niet is gericht op een omgangsregeling met zijn zoon. De procedure waarvoor eiser herhaaldelijk vraagt om bijzondere bijstand voor de kosten van het griffierecht ziet namelijk op het verzoek tot het horen van bestuurders van een instelling voor de jeugdhulp, dit met het oogmerk om hen aansprakelijk te kunnen stellen in verband met de uithuisplaatsing van zijn minderjarige zoon in 2004. (...)

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken