Rb. Rotterdam 21 november 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:10030
Veelprocedeerder. Verzetuitspraak zonder zitting. Opposant heeft in verzet aangevoerd dat sprake is van fascistische rechtspraak, mede omdat tevoren de naam van de rechter niet bekend is. Voorts heeft opposant aangevoerd dat de menselijke maat zoek is. De verzetrechter ziet aanleiding het verzet niet-ontvankelijk te verklaren omdat opposant zich niet alleen bij het instellen van beroep wegens niet tijdig beslissen, maar zich ook met het doen van verzet schuldig maakt aan misbruik van recht (vgl. ECLI:NL:RBROT:2020:9821). De verzetrechter volstaat met een verwijzing naar eerdere rechtspraak tussen partijen waarin is geoordeeld dat opposant zich met zijn vele openbaarmakingsverzoeken aan JRR schuldig maakt aan misbruik van recht (ECLI:NL:RVS:2017:3310; ECLI:NL:RVS:2018:3558 en ECLI:NL:RVS:2019:1655).
De uitspraak op rechtspraak.nl