Rb. Rotterdam 16 maart 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:2692
Verzoek tot wraking van de rechters van de wrakingskamer buiten behandeling gesteld omdat sprake is van evident misbruik van recht. Verzoek gegrond op twee door de wrakingskamer nog te nemen procesbeslissingen. Verzoek tot wraking van de rechter afgewezen met bepaling dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in de onderhavige bestuursrechtelijke beroepsprocedures meer in behandeling wordt genomen. Verzoek tot horen van president van de rechtbank afgewezen. Geen wettelijke of andere grondslag voor verwijzing van het wrakingsverzoek naar een andere rechtbank. Geen onbegrijpelijke beslissing van de rechter over het al dan niet toestaan om opnamen te maken tijdens de zitting. Geen aanknopingspunt voor het standpunt van verzoeker dat de rechter te kwader trouw is. Verzoeker wendt het middel van wraking aan voor een ander doel dan waarvoor het bestemd is. Hij gebruikt het middel als oneigenlijk drukmiddel om een beroep te creëren voor hem onwelgevallige proces-beslissingen.
De uitspraak op rechtspraak.nl