Rb. Rotterdam 12 februari 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BL3956

Artikel 1:97 Wet op het financieel toezicht. Voorgenomen publicatie van een boete door de AFM. Bemiddelen. Belanghebbende. Mandaat. Toetsingskader. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is in het voorliggende geschil geen sprake van het enkele doorverwijzen van consumenten naar een aanbieder, zonder enige inhoudelijke betrokkenheid. Anders dan in situaties die ter beoordeling stonden in de door verzoekers genoemde uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 april 2008 (LJN BC8951) en het vonnis van de rechtbank Utrecht van 5 november 2008 (LJN BG3482), waren de activiteiten van [A,B&C] ten tijde in geding niet beperkt tot het bieden van een internetplatvorm dat de consument de gelegenheid bood om zelf een e-mailbericht te verzenden naar een aanbieder van een financieel product: het was [A,B&C] die de door haar gevraagde consumentengegevens doorzond naar drie door haar geselecteerde potentiële aanbieders die voor de betreffende lead een vast bedrag aan [A,B&C] voldeden. De consumentengegevens die [A,B&C] doorzond aan de bestreffende aanbieder betroffen voorts aanzienlijk meer gegevens dan slechts de NAW-gegevens: blijkens de gedingstukken konden de consumenten voor alle productgroepen door middel van het invullen van de benodigde persoonlijke en financiële gegevens een offerte aanvragen, welke aanvraag vervolgens door [A,B&C] werd doorgeleid naar drie potentiële aanbieders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen