Rb. Rotterdam 15 juli 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BO3587

Betreft opgelegde boete van € 24.000,- vanwege bemiddelen zonder vergunning in kavels grond. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is er sprake van een beleggingsobject in de zin van artikel 1:1 van de Wft. De voorzieningenrechter is van oordeel dat, ondanks dat de boete in de onderhavige zaak is gematigd, AFM zich, evenals in de zaak van de aanbieder (uitspraak van 17 mei 2010, LJN BN0741), ook in de onderhavige zaak in het bestreden besluit onvoldoende rekenschap heeft gegeven van de omstandigheid dat er onduidelijkheid bestond omtrent de reikwijdte van het begrip beleggingsobject. (Vroegtijdige) publicatie van het bestreden besluit in het onderhavig geval voldoet evenmin als in de uitspraak met betrekking tot de aanbieder aan de daarmee beoogde doelen. De voorzieningenrechter ziet des te meer aanleiding tot schorsing van de vroegtijdige publicatie omdat de vroegtijdige publicatie met betrekking tot de aanbieder eveneens is geschorst en het verzoek van AFM om deze voorlopige voorziening op te heffen door de voorzieningenrechter bij uitspraak van 6 juli 2010 (AWB 10/1992 VBC-T2) is afgewezen. Het kan niet zo zijn dat het matigen van de boete door AFM tot gevolg heeft dat de bemiddelaar niet wordt gevrijwaard van publicatie, terwijl de aanbieder wel gevrijwaard is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen