Rb. Rotterdam 19 januari 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BV2271

AFM heeft een accountantsorganisatie een bestuurlijke boete opgelegd van € 54.450 wegens overtreding van artikel 14 Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta) en haar meegedeeld de boeteoplegging openbaar te maken. De accountantsorganisatie betoogt dat AFM haar ten onrechte verwijt dat zij de op haar rustende zorgplicht uit hoofde van artikel 14 Wta niet heeft nageleefd, omdat zij alles heeft gedaan wat redelijkerwijs van haar kan worden gevergd om naleving van afdeling 3.2 van de Wta te waarborgen. Dit betoog faalt. Gelet op de hoeveelheid en de ernst van de tekortkomingen in zes van de tien gecontroleerde dossiers is de voorzieningenrechter namelijk van oordeel dat AFM terecht heeft aangenomen dat EY niet datgene heeft gedaan dat van haar kan worden gevergd om ervoor te zorgen dat de aan haar verbonden externe accountants de toepasselijke wet- en regelgeving naleven bij het verrichten van wettelijke controles. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de boetebevoegdheid ten aanzien van slechts één van de door AFM aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde gedragingen of omissies is komen te vervallen door tijdsverloop. Dit brengt naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet reeds met zich dat de beslissing tot vroegtijdige publicatie moet worden geschorst. De voorzieningenrechter is namelijk van oordeel dat op grond van de resterende gedragingen moet worden geoordeeld dat de accountantsorganisatie haar in artikel 14 van de Wta neergelegde zorgplicht niet is nagekomen, terwijl de enkele omstandigheid dat het te publiceren besluit ten onrechte een omissie noemt naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet noodzakelijkerwijs met zich brengt dat het vierde lid van artikel 67 van de Wta zich tegen publicatie daarvan verzet.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen