Rb. Rotterdam 21 juni 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BQ8872

AFM heeft een tussenpersoon een bestuurlijke boete opgelegd van € 50.000 wegens overtreding van artikel 4:23 lid 1 Wft en heeft voorts besloten tot vroegtijdige publicatie daarvan. Onderhavige boeteoplegging ziet op gedragingen die hebben plaatsgevonden vanaf 1 augustus 2009, zodat het per die datum van kracht zijnde nieuwe boetestelsel financiële wetgeving van toepassing is. Omdat de rechtmatigheid van de oplegging van de bestuurlijke boete door AFM een voorvraag is voor de bevoegdheid tot openbaarmaking als bedoeld in artikel 1:97 Wft en voorts de hoogte van de boete een rol kan spelen bij de vraag of aanleiding bestaat de beslissing tot vroegtijdige openbaarmaking te schorsen - zo niet in het kader van de bevoegdheidsvraag dan wel in verband met het bepaalde in artikel 1:97 lid 4 Wft -, ziet de voorzieningenrechter aanleiding tot een aantal algemene overwegingen omtrent dit nieuwe boetestelsel. Omdat in de nieuwe systematiek voor wat betreft de boetecategorieën 2 en 3 bij een gemiddelde ernst van de gedraging (of duur daarvan) en bij een gemiddelde mate van verwijtbaarheid aangeknoopt zal worden bij het toepasselijke basistarief en slechts een matiging kan liggen in de omstandigheid dat de draagkracht niet zeer omvangrijk is, ziet de voorzieningenrechter aanleiding de toetsingswijze in deze zaken aan te passen door voortaan ook na te gaan of niet op voorhand geoordeeld moet worden dat sprake is van een wanverhouding tussen de hoogte van de boete en de draagkracht van de overtreder anderzijds.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen