Rb. Rotterdam 24 augustus 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BN4885

AFM heeft de betrokken financiële dienstverlener een boete opgelegd van € 6.000,- wegens overtreding van art. 4:23 lid 1, onderdeel a en b, Wft. Een voorziening is verzocht met betrekking tot de beslissing van de AFM tot vroegtijdige openbaarmaking van de boeteoplegging. Uit de art. 1:1, 4:23, en 2:76 lid 4 Wft volgt dat de bemiddelingsactiviteiten van een (verbonden) bemiddelaar veelal mede advieswerkzaamheden met zich zullen (kunnen) brengen. De voorzieningenrechter merkt in dit verband op dat niet slechts sprake kan zijn van adviseren in de zin van art. 1:1 Wft indien de tussenpersoon een passend advies kan geven aan de hand van een vergelijking tussen verschillende producten (van verschillende aanbieders). Uit de stukken komt afdoende naar voren dat de bemiddelaar onvoldoende heeft doorgevraagd bij de veelal oudere cliënten omtrent hun doelstellingen en hun ervaring met producten als de onderhavige. Gelet op de lange looptijd van de te sluiten overeenkomsten en de beperkte verhandelbaarheid daarvan, is dit temeer pregnant. Ook is gebleken dat bij tegenstrijdige informatieverstrekking door de consument niet is doorgevraagd door de bemiddelaar. Daarentegen heeft de bemiddelaar geadviseerd te participeren in het betreffende door AFM als riskante bestempelde product ook in die gevallen waarin de consument had aangeven geen risico’s te willen lopen. AFM heeft in redelijkheid een boete kunnen opleggen en publicatie komt niet in strijd met de toezichtdoelstellingen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen