Rb. Rotterdam 27 oktober 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BO2561
Aanbieding van beleggingsobjecten. Bestuurlijke boete. Publicatie. Pleitbaar standpunt. Bij besluit van 24 september 2010 heeft AFM aan verzoekster een boete opgelegd van € 24.000 wegens overtreding van artikel 2:55, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht (Wft) en haar medegedeeld de boeteoplegging openbaar te maken door publicatie van het integrale besluit op de website van AFM en door publicatie van de kern van dit besluit in een persbericht en/of advertentie. De voorzieningenrechter doet met inachtneming van artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak zonder zitting. De door AFM in aanmerking genomen omstandigheden kunnen naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet tot een ander oordeel leiden dan dat AFM niet in redelijkheid tot oplegging van een boete heeft kunnen overgegaan. Juist de combinatie van deze factoren maakt dat AFM had moeten afzien van het opleggen van een punitieve sanctie. De voorzieningenrechter brengt daarbij gelet op zijn hiervoor genoemde uitspraken van 8 april 2010 en 17 mei 2010 in herinnering dat het voor de marktpartijen, gelet op de wetsgeschiedenis van de Wet financiële dienstverlening en de Wft en de informatieverstrekking door AFM, geenszins duidelijk had moeten zijn dat het aanbieden van landbouwkavels onder omstandigheden zou kunnen kwalificeren als het aanbieden van beleggingsobjecten. Deze omstandigheid, tezamen met het inwinnen van juridisch advies door verzoekster, de bereidwilligheid van verzoekster om de overtreding te staken en in overleg met AFM te treden, afgezet tegen de afwachtende houding van AFM ter zake van het verzoek van verzoekster om snel tot een standpuntbepaling te komen, maken de inzet van het boete-instrument op voorhand onredelijk. Daar komt nog bij dat het thans afzien van het treffen van een voorlopige voorziening na de eerdere schorsing door de voorzieningenrechter van eerdere besluiten van AFM tot publicatie van boetes die zijn opgelegd aan aanbieders van beleggingsobjecten een grote mate van (rechts)ongelijkheid met zich zou brengen.
De uitspraak op rechtspraak.nl