Conclusie A-G Frielink 13 januari 2026, ECLI:NL:PHR:2026:68

Conclusie AG. Art. 69 AWR. Opzettelijk niet doen van een bij de belastingwet voorziene aangifte vennootschapsbelasting (art. 69 lid 1 AWR) (feit 1) en opzettelijk niet voeren van een administratie (feit 2). Zes middelen. M1 (klacht over afgewezen verzoeken tot oproeping van getuige), M2 (klacht klaagt over verwerping beroep op no van het OM omdat de belastinginspecteur niet eerst een informatiebeschikking als bedoeld in art. 52a AWR heeft genomen, M3 (klacht over bwv niet doen van aangiften), M4 (klacht over bewijs opzet) en M5 (klacht over de maximaal op te leggen GB en over de draagkracht) falen. M6 bevat een klacht over overschrijding inzendtermijn en slaagt. Ambtshalve opmerking over redelijke termijn in cassatie. Conclusie strekt tot vernietiging, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde geldboete, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige. Samenhang met 23/00760 en 23/00761.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken