Hof Arnhem-Leeuwarden 23 september 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:7629
Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de strafvervolging. Hangende de fiscale bezwaarprocedures is door het openbaar ministerie een vervolging gestart en zijn er doorzoekingen gedaan, op basis van de verdenking van schending van de fiscale informatieplicht. Het hof is van oordeel dat het openbaar ministerie, dat bekend was met die bezwaarprocedures en van wie bijzondere voorzichtigheid mocht worden verwacht, ernstig tekort heeft gedaan aan de door de wetgever beoogde effectieve rechtsbescherming voor iemand als verdachte die met een verzoek om informatie door de Belastingdienst wordt geconfronteerd en dat verzoek niet terecht vindt. Het onder dergelijke omstandigheden instellen en voortzetten van de vervolging van verdachte zonder rechtvaardiging daarvoor, is naar oordeel van het hof onverenigbaar met de beginselen van een goede procesorde en in het bijzonder het beginsel van een redelijke en billijke belangenafweging.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 28 augustus 2020, ECLI:NL:HR:2020:1332
- HR 29 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1633
- Hof Arnhem-Leeuwarden 10 september 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:7315
- HR 10 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:130
- Rb. Gelderland 13 december 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:6572
- HR 6 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9266
- HR 6 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX4280