Conclusie A-G Hofstee 17 januari 2023, ECLI:NL:PHR:2023:53
Conclusie AG. Medeplegen gewoontewitwassen en deelneming aan criminele organisatie (art. 47, 420bis, 420ter en 140 Sr). Witwassen geldbedragen afkomstig uit diefstal met valse sleutel door onderliggende computerfraude bestaande uit verspreiding malware waardoor het betalingsverkeer van verschillende rekeninghouders van Rabobank en ING Bank werd gemanipuleerd. Betalingsopdrachten werden door de malware gewijzigd, transactieomschrijvingen werden aangepast en geldbedragen werden omgeleid naar bankrekeningen van geldezels. Vervolgens werden de geldbedragen zo snel mogelijk aan het zicht van de banken, politie en justitie onttrokken door doorboekingen, contante opnames of omzetting in bitcoins. 1. Middel over bewijs medeplegen van gewoontewitwassen. AG zet juridisch kader uiteen waarin de uitgangspunten omtrent medeplegen en (gewoonte)witwassen afzonderlijk aan bod komen. Hij gaat (in dat kader) ook in op het onderscheid tussen het gronddelict en het gewoontewitwassen, en op het samenwerkingsopzet van de verdachte en de medeverdachten dat beide feiten verbindt. 2. Causaal verband tussen computerfraude (gronddelict) en banktransacties. 3. Middel over vorderingen van benadeelde partijen Rabobank en ING Bank. Zijn deze banken in de onderhavige zaak als benadeelde partijen aan te merken en hebben zij rechtstreekse schade geleden in verband met vergoeding aan rekeninghouders? Conclusie strekt tot verwerping van het beroep (art. 81 RO). Samenhang met 21/01540, 21/01580, 21/1639, 21/01600 en 21/01500.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 108 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 81 RO
- Artikel 284 WvK
- Artikel 9a Sr
- Artikel 36f Sr
- Artikel 138ab Sr
- Artikel 138b Sr
- Artikel 139c Sr
- Artikel 139d Sr
- Artikel 139e Sr
- Artikel 140 Sr
- Artikel 287 Sr
- Artikel 326 Sr
- Artikel 420bis Sr
- Artikel 420ter Sr
- Artikel 51a Sv
- Artikel 51f Sv
- Artikel 361 Sv
- Artikel 420 BIS
- Artikel 6:95 BW6
Aangehaalde uitspraken
- HR 1 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:109
- HR 23 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1702
- HR 11 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:691
- HR 13 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1606
- HR 3 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:368
- HR 17 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1973
- Conclusie A-G Spronken 1 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:968
- HR 11 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:827
- HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793
- Conclusie A-G Bleichrodt 16 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:610
- Hof Den Haag 19 december 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:3528
- HR 13 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2842
- HR 22 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2659
- HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1316
- HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1522
- HR 16 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1658
- HR 3 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:216
- HR 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474
- HR 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:2577
- HR 13 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1374