Art. 138b Sr, Misdrijven tegen de openbare orde
1. Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft hij die opzettelijk en wederrechtelijk de toegang tot of het gebruik van een geautomatiseerd werk belemmert door daaraan gegevens aan te bieden of toe te zenden.
2. Indien het feit wordt gepleegd: wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie.
a. met behulp van een aanzienlijk aantal geautomatiseerde werken die getroffen zijn door het gebruik van een middel als bedoeld in artikel 139d, tweede lid, dat hoofdzakelijk daarvoor geschikt is gemaakt of ontworpen; of
b. met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen,
3. Indien het feit ernstige schade veroorzaakt, of is gepleegd tegen een geautomatiseerd werk behorende tot de vitale infrastructuur, wordt de schuldige gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of geldboete van de vierde categorie.
4. Indien het feit is gepleegd ten behoeve van een buitenlandse mogendheid wordt de op het feit gestelde gevangenisstraf met een derde verhoogd.
5. Indien het feit wordt gepleegd met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken, wordt de op het feit gestelde gevangenisstraf met een derde verhoogd.
6. Indien een feit is begaan met een terroristisch oogmerk, wordt de op het feit gestelde gevangenisstraf met de helft verhoogd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Den Haag 17 mei 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:5775
- Conclusie A-G Knigge 22 februari 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BN9287
- Rb. Noord-Nederland 19 november 2020, ECLI:NL:RBNNE:2020:4871
- Conclusie A-G Harteveld 9 november 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1050
- HR 19 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:455
- HR 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1944
- Hof Arnhem-Leeuwarden 31 maart 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:2375
- Hof Den Haag 23 augustus 2022, ECLI:NL:GHDHA:2022:1551
- Rb. 's-Gravenhage 14 maart 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AT0224
- Rb. Rotterdam 14 november 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:8664
- Rb. Rotterdam 20 juli 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:5814
- Conclusie A-G Hofstee 17 januari 2023, ECLI:NL:PHR:2023:53
- Hof Amsterdam 22 juli 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:4033
- Rb. Zeeland-West-Brabant 26 juni 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:5595
- Rb. Zeeland-West-Brabant 22 februari 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:848
- Rb. Zeeland-West-Brabant 26 juni 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:2699
- Rb. 's-Gravenhage 14 maart 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AT0249
- Rb. 's-Gravenhage 14 maart 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AT0239
- Rb. 's-Gravenhage 14 maart 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AT0230
- Rb. 's-Gravenhage 14 maart 2005, ECLI:NL:RBSGR:2005:AT0222