HR 3 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:368

Medeplegen beschadigen van een gebouw (art. 352 Sr), medeplegen vernieling van inventaris (art. 350 Sr) en medeplegen verduistering (art. 321 Sr). Kan door hypotheekhouder geleden schade a.g.v. het beschadigen gebouw door verdachte worden aangemerkt als rechtstreeks schade? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2019:793 m.b.t. begrip ‘rechtstreekse schade’. Het begrip ‘rechtstreekse schade’ in art. 51f.1 Sv heeft dezelfde betekenis als in art. 361.2.b Sv. Hof heeft vastgesteld dat Rabobank hypotheekhouder was van een pand dat in eigendom toebehoorde aan X, dat X dit pand verhuurde aan verdachte en dat verdachte door vernielingen schade aan het pand heeft toegebracht waarvan de omvang is vastgesteld op € 109.668,80. Hof is er kennelijk van uitgegaan dat a.g.v. de vernielingen Rabobank een mindere opbrengst ter grootte van het vastgestelde schadebedrag heeft behaald op (de verkoop van) het pand waarvan zij hypotheekhouder was. ‘s Hofs o.m. op deze vaststellingen gebaseerde oordeel dat door de bewezenverklaarde feiten rechtstreeks schade is toegebracht aan Rabobank geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping. CAG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken