HR 1 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:109

Medeplegen oplichting woningbouwvereniging (art. 326.1 Sr) en medeplegen witwassen van geldbedragen (art. 420bis.1.b Sr) door rechtspersoon. 1. Bewijsklacht oplichting. Is relevante informatie verzwegen voor Raad van Commissarissen van woningbouwvereniging? 2. Kwalificatieklacht witwassen. Had hof verdachte met toepassing van kwalificatie-uitsluitingsgrond moeten ontslaan van alle rechtsvervolging? Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2003:AF7985 m.b.t. motiveringsvereisten voor redengevende f&o in bewijsoverweging. Hof heeft redengevend geacht voor bewezenverklaring omstandigheden die niet in b.m. zijn vermeld terwijl hof in zijn overweging ook niet met voldoende mate van nauwkeurigheid wettige b.m. heeft aangegeven waaraan het die f&o heeft ontleend. Ad 2. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2014:716 m.b.t. kwalificatie-uitsluitingsgrond indien bewezenverklaard witwassen bestaat uit verwerven of voorhanden hebben van 'onmiddellijk' uit 'eigen' misdrijf afkomstige voorwerpen a.b.i. art. 420bis.1.b Sr. Deze rechtspraak heeft alleen in bijzondere gevallen ook betrekking op overdragen a.b.i. art. 420bis.1.b Sr maar heeft geen betrekking op verbergen en verhullen a.b.i. art. 420bis.1.a Sr. Hof heeft t.a.v. de in de bewezenverklaring genoemde geldbedragen van € 285.600, € 368.305 en € 100.000 als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat bewezenverklaarde gedragingen t.a.v. die geldbedragen kunnen worden gekwalificeerd als witwassen a.b.i. art. 420bis.1.b Sr en dat, waar het gaat om bewezenverklaard “overdragen”, zich niet een bijzonder geval voordoet. ’s Hofs oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting. Het is ook toereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat hof heeft vastgesteld dat verdachte en haar mededaders vanaf bankrekening van verdachte € 285.600 hebben overgeboekt naar bankrekening van rechtspersoon A met als omschrijving “managementvergoeding”, vanaf bankrekening van verdachte € 368.305 naar0 bankrekening van rechtspersoon B met als omschrijving “managementvergoeding” en vanaf bankrekening van B € 100.000 naar bankrekening van C met als omschrijving “dividend”, waarbij deze gelden vermengd zijn geraakt met legale gelden en uiteindelijk niet meer als zodanig traceerbaar zijn. Verder heeft hof geoordeeld dat bewezenverklaarde t.a.v. geldbedrag van € 471.142,46 niet kan worden gekwalificeerd als witwassen, zodat verdachte ter zake dit gedeelte van bewezenverklaring zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Hof heeft in dictum echter kennelijk abusievelijk verzuimd verdachte in zoverre te ontslaan van alle rechtsvervolging. Tot terugwijzing hoeft dat echter niet te leiden. HR doet zaak in zoverre zelf af door verdachte t.a.v. bewezenverklaard witwassen wat betreft geldbedrag van € 471.142,46 te ontslaan van alle rechtsvervolging. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing t.a.v. oplichting en strafoplegging. CAG: anders t.a.v. afdoening witwassen (vernietiging en terugwijzing). Samenhang met 20/03140, 20/03231 en 20/03246.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken