Conclusie A-G Harteveld 2 februari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:74
Conclusie Advocaat-Generaal. Herzieningszaak Arnhemse Villamoord. Veroordeling door het hof in 2000 wegens een overval op een woning op 2 september 1998 waarbij een persoon om het leven is gekomen en een ander gewond is geraakt. Als novum is aangevoerd de intrekking van de (bekennende) getuigenverklaring van een van de veroordeelde personen. De AG besteedt aandacht aan het procesverloop in de zaak die heeft geleid tot veroordeling door het hof. De herzieningsaanvraag verwijst onder meer naar het boek ‘De Arnhemse Villamoord’ van H. Israëls e.a. maar volgens de AG kan dat niet als een (nieuw) deskundigenoordeel worden aangemerkt. Daarnaast behandelt de AG het advies van de ACAS (Adviescommissie afgesloten strafzaken) dat in vier van de zaken is uitgebracht en waarnaar de herzieningsaanvraag ook verwijst. In dat advies is de veroordeling als “(potentieel) onveilig” aangemerkt. Volgens de AG is dat niet de maatstaf waarmee het herzieningsverzoek moet worden beoordeeld. Wel onderzoekt de AG uitgebreid de bewijsconstructie van het hof en de vraag of het hof bekend was met de in de aanvraag genoemde elementen waaruit zou kunnen blijken dat de veroordelingen als onveilig zouden moeten worden aangemerkt. Daarbij komen ook de door de politie gemaakte video-opnamen van de verhoren van de verdachten aan bod en gaat de AG in op de algemene problematiek van valse bekentenissen. De AG concludeert dat een andere rechter op basis van het beschikbare bewijsmateriaal wellicht tot een vrijspraak gekomen zou zijn maar dat dit de veroordeling nog niet ‘onveilig’ maakt en dat dit ook geen aanleiding is voor herziening. Omdat het hof zich uitgebreid heeft gebogen over de wijze van verhoren en over de betrouwbaarheid van de getuigenverklaring, die nu is ingetrokken, kan die nieuwe verklaring niet als een nieuw gegeven in de zin van art. 457 Sv worden aangemerkt. Daarom adviseert de AG de Hoge Raad om de herzieningsaanvraag ongegrond te verklaren.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Conclusie A-G Aben 12 januari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:35
- HR 13 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1604
- Conclusie A-G Aben 7 juli 2020, ECLI:NL:PHR:2020:684
- HR 13 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2095
- HR 3 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1070
- HR 17 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:605
- HR 12 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2317
- HR 28 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1332
- HR 26 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:735
- HR 26 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:736
- HR 29 maart 2016, ECLI:NL:HR:2016:513
- Rb. Limburg 9 december 2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:10521
- Conclusie A-G Spronken 27 oktober 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2193
- HR 6 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:2924
- HR 8 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2471
- HR 7 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1802
- HR 26 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1326
- HR 13 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:46
- HR 14 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2961
- HR 29 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:1070