HR 17 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:605
Herziening. Aanvrager is veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf t.z.v. medeplegen moord, poging tot uitlokking medeplegen moord (meermalen gepleegd), medeplegen gijzeling, voorbereidingshandelingen (uitlokking) invoer heroïne en als bestuurder deelnemen aan criminele organisatie. Bewijsmateriaal bestaat grotendeels uit tapgesprekken. Aangevoerd wordt dat strafzaak tegen aanvrager het resultaat is van een heimelijke samenspanning tussen Nederland en Turkije die ertoe strekte aanvrager in Nederland te laten veroordelen voor niet door hem gepleegde delicten teneinde hem het zwijgen op te leggen. I.h.k.v. deze samenwerking zouden Nederlandse en Turkse politiefunctionarissen gezamenlijk telefoongesprekken van aanvrager hebben opgenomen en afgeluisterd, waarna vastgelegd geluidsmateriaal is gemanipuleerd teneinde daaraan een belastend karakter te geven. 1. Beoordelingskader herzieningsaanvraag. 2. Manipulatie van getapte telefoongesprekken. 3. Vertaling van afgeluisterde telefoongesprekken. 4. Overige stellingen m.b.t. samenspanning tussen Nederland en Turkije. Ad 1. HR geeft voorafgaande beschouwingen over toepasselijke uitgangspunten en regels die in elke herzieningszaak worden gehanteerd en herhaalt daarin o.m relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2016:736 m.b.t. eisen die gelden indien aanvraag zich beroept op nieuw en/of gewijzigd deskundigenbericht. Anders dan CAG ziet HR geen reden bij beoordeling van onderhavige herzieningsaanvraag andere dan de gebruikelijke maatstaven aan te leggen. Ad 2. HR stelt voorop dat Hof bij beoordeling van stellingen van verdediging terecht tot uitgangspunt heeft genomen dat het niet erom gaat of de gestelde manipulatie technisch mogelijk was, maar of die manipulatie feitelijk, dus daadwerkelijk, heeft plaatsgevonden. Hetgeen is aangevoerd t.a.v. manipulatie van getapte telefoongesprekken levert geen novum op, mede in aanmerking genomen dat in feitelijke aanleg uitvoerig aandacht is besteed aan deze kwestie en dat met het oog daarop door deskundigen onderzoek is gedaan, terwijl de enkele omstandigheid dat verschillende deskundigen onderling niet tot eenzelfde weging van het voorhanden bewijsmateriaal komen, geen grond voor herziening kan vormen. Ad 3. De vraag of de voor de bewijsvoering gebruikte transcripties de strekking van het besprokene correct weergeven, is door Hof nadrukkelijk onder ogen gezien en uitvoerig onderzocht. Hetgeen in herziening is aangevoerd wekt geen twijfel aan ’s Hofs oordeel dat vertolkingen die tot het bewijs zijn gebruikt, voldoende betrouwbaar zijn en overeenkomen met strekking van tapgesprekken. Aangevoerde is ontoereikend voor slotsom dat Hof, ware het daarmee bekend geweest, tot een ander oordeel zou zijn gekomen en getapte telefoongesprekken niet tot het bewijs zou hebben doen meewerken. Dat door verdediging in herziening naar voren gebrachte deskundigen hebben uiteengezet dat en waarom zij een andere opvatting dan Hof zijn toegedaan, is ontoereikend om als novum te kunnen worden aangemerkt, aangezien zulks geen voldoende concreet aanknopingspunt biedt voor een andere beantwoording van de door Hof reeds ontkennend beantwoorde vraag of vertalingen ondeugdelijk zijn. Ad 4. Aangevoerde aanwijzingen voor het bestaan van een heimelijk en onrechtmatig samenwerkingsverband tegen aanvrager tussen Nederlandse politie en Turkse justitiële en politiële autoriteiten (Turks-Nederlandse samenspanning) met als doel het vervalsen van bewijsmateriaal, berusten naar de kern bezien uitsluitend op niet-verifieerbaar bronnenmateriaal. Zowel aan Turkse als aan Nederlandse bronnen waarop in dit verband een beroep is gedaan kan geen novum a.b.i. art. 457.1.c Sv worden ontleend. Voorts levert de beschuldiging van meineed m.b.t. zaaks OvJ niet een vermoeden a.b.i. voornoemd art. op. V.zv. ter onderbouwing van stellingen een beroep is gedaan op boeken van deskundige A, moet daaraan voorbij worden gegaan, omdat f&o waarvan deze is uitgegaan naar de kern bezien grotendeels zijn ontleend aan stukken van het geding, welke stukken aan Hof t.t.v. uitspraak bekend waren. Bovendien blijkt uit boeken niet in hoeverre is voldaan aan eisen waaraan deskundigenrapport in herzieningsprocedure moet beantwoorden. HR wijst aanvraag tot herziening af. CAG: Uitgebreide uiteenzetting m.b.t. door hem ingesteld onderzoek naar juistheid van in aanvraag betrokken stellingen. Vervolg op ECLI:NL:HR:2012:BX6402 en ECLI:NL:HR:2003:AH9922.
De uitspraak op rechtspraak.nl