HR 13 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:46

Afwijzing derde herzieningsverzoek Bouterse. De bij de aanvraag gevoegde “notariële verklaring” bevat geen opgave van redenen voor het terugkomen van de getuige op zijn eerder afgelegde verklaringen, zodat deze “notariële verklaring” geen grond oplevert om aan te nemen dat de door het Hof tot het bewijs gebezigde verklaringen van de getuige onjuist zijn. Geen ernstig vermoeden a.b.i. art. 457.1 aanhef en onder c Sv. De stelling dat door het OM aan de getuige - destijds niet bekend geworden - toezeggingen zijn gedaan aangaande de (beëindiging van de) executie van de door hem te ondergane straf en het OM in de strafzaak wat betreft de met de getuige getroffen overeenkomst ernstig is tekortgeschoten door aan het Hof geen volledige opening van zaken te geven, steunt zij, v.zv. niet gegrond op de “notariële verklaring”, op omst. die de HR ongenoegzaam heeft geoordeeld in zijn arresten m.b.t. de eerdere herzieningsaanvragen. T.a.v. de stelling inzake de onbetrouwbaarheid van het onderzoeksmateriaal en de integriteit van het opsporingsonderzoek oordeelt de HR dat v.zv. te dien aanzien wordt verwezen naar stukken van het dossier van de strafzaak niet kan worden gezegd dat de rechter die de veroordeling heeft uitgesproken daarmee niet bekend was en v.zv. die stelling is gebaseerd op een “zeer betrouwbare bron” dan wel op “in te brengen documenten” de aanvraag niet naar behoren is gemotiveerd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken