HR 13 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1604
Herziening n.a.v. aanvraag AG bij HR. Rosmalense flatmoord. Doodslag op vriendin door met mes haar keel door te snijden, art. 287 Sr. Aanvullende vordering AG bij HR na tussenarrest, waarin HR heeft geoordeeld dat het noodzakelijk is dat deskundigen in de gelegenheid worden gesteld zich uit te laten over na ‘s hofs arrest opgemaakte rapporten van andere deskundigen waarop vordering tot herziening is gebaseerd en dat nader onderzoek wordt gedaan naar waandenkbeelden van slachtoffer. Gelet op door AG verricht onderzoek en daarop betrekking hebbende stukken, zoals besproken in aanvullende vordering, moet wat in (aanvullende) vordering wordt aangevoerd m.b.t. (i) mededelingen van huisarts, (ii) deskundigenrapportages omtrent bloedspoorpatronen en (iii) deskundigenrapportages van forensisch-geneeskundige aard over verwondingen van slachtoffer - tezamen en in onderling verband beschouwd - worden aangemerkt als gegeven a.b.i. art. 457.1.c Sv. HR verklaart aanvraag gegrond en verwijst zaak naar hof. Vervolg op ECLI:NL:HR:2018:2095 (tussenarrest herziening) en ECLI:NL:HR:2008:BF0832 (strafzaak).
De uitspraak op rechtspraak.nl