Conclusie A-G Knigge 24 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:683
Medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van verdovende middelen in een woning en medeplegen van het voorhanden hebben van versnijdingsmiddelen in een schuur. Aangezien de bewezenverklaring, v.zv. inhoudende dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen opzettelijk de in de bewezenverklaring genoemde middelen aanwezig dan wel voorhanden heeft gehad, niet z.m. kan worden afgeleid uit de bewijsvoering, is de bestreden uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 22 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3696
- HR 10 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3259
- Conclusie A-G Machielse 3 november 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2457
- HR 28 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:3056
- HR 23 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2757
- HR 26 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ5377
- HR 5 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY9993
- HR 17 januari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU4211
- HR 5 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP8793
- Conclusie A-G Vegter 5 juli 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BP8793
- HR 21 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO1263
- HR 11 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU9130
- HR 22 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU1993
- HR 15 september 1986, ECLI:NL:HR:1986:AC4312
- HR 28 mei 1985, ECLI:NL:HR:1985:AC8903
- HR 23 september 1980, ECLI:NL:HR:1980:AC6985