HR 30 augustus 2016, ECLI:NL:HR:2016:2008
Medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van verdovende middelen in een woning en medeplegen van het voorhanden hebben van versnijdingsmiddelen in een schuur. Aangezien de bewezenverklaring, v.zv. inhoudende dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen opzettelijk de in de bewezenverklaring genoemde middelen aanwezig dan wel voorhanden heeft gehad, niet z.m. kan worden afgeleid uit de bewijsvoering, is de bestreden uitspraak niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
De uitspraak op rechtspraak.nl