HR 23 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2757

Vervolg op ECLI:NL:HR:2011:BQ0048. Bewijsklacht wetenschap bestemming, art. 10a Opiumwet. ’s Hofs oordeel dat vd, die al voor zijn aanhouding op het vliegveld had begrepen dat hij “een fout” had gemaakt, wist dat de poedermengsels van paracetamol en cafeïne resp. fenacetine, bestemd waren om een feit bedoeld in art. 10.4 Ow, t.w. het opzettelijk bewerken van een hoeveelheid heroïne en cocaïne, voor te bereiden en/of te bevorderen, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat het Hof klaarblijkelijk heeft aangenomen en heeft kunnen aannemen dat vd bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de poedermengsels de “illegale/criminele bestemming” van het versnijden van drugs zouden hebben.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen