HR 5 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP8793
1. Valse merkkleding, deskundigheid getuige. 2. Medeplegen (opzettelijk aanwezig hebben hennep). Ad. 1. Het middel ziet eraan voorbij dat het hier niet gaat om een verklaring van een deskundige ex art. 343 Sv. Het Hof heeft vastgesteld dat het onderzoek van de kleding is verricht door een coördinator opsporing van een bedrijf dat optreedt tegen handel in namaakkleding en dat diens tot bewijs gebezigde bevindingen zijn gedaan o.g.v. door het Hof vermelde en in cassatie niet betwiste objectief waarneembare kenmerken. Gelet daarop moet het aangevallen oordeel van het Hof aldus worden verstaan dat het daarmee, zij het in minder gelukkige bewoordingen, tot uitdrukking heeft gebracht dat het hier gaat om bevindingen van een deskundige getuige, gedaan o.g.v. diens ervaring op het gebied van valse merkkleding. Aldus heeft het Hof het verweer op toereikende gronden verworpen. Ad. 2. Anders dan het Hof ter verwerping van het verweer heeft overwogen, bieden de “vaststaande feiten” waarvan het Hof bij de bewijsvoering is uitgegaan onvoldoende grond voor het oordeel dat verdachte de hasjiesj en hennep “tezamen en in vereniging met een ander” aanwezig heeft gehad.