Conclusie A-G Aben 23 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:189
Medeplegen opzettelijk aanwezig hebben heroïne en cocaïne. Kunnen medeplegen en opzet op aanwezig hebben verdovende middelen uit bewijsvoering worden afgeleid? ’s Hofs oordeel dat er sprake is geweest van een "gezamenlijke machtsuitoefening over de (later) aangetroffen verdovende middelen" omdat A, B en verdachte zeer vroeg in de ochtend "gezamenlijk" met de harddrugs zijn aangekomen in de woning van C, waarna een deel van de harddrugs in de woonkamer is gelegd en een ander deel is opgeborgen in de zwarte rugzak in de slaapkamer is, mede gelet op het verweer van de raadsman en de gebezigde bewijsvoering, niet z.m. begrijpelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 19 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3202
- HR 30 augustus 2016, ECLI:NL:HR:2016:2008
- HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1315
- HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1316
- HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1318
- HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1319
- HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1320
- HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1321
- HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1322
- HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1323
- Conclusie A-G Knigge 24 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:683
- HR 22 december 2015, ECLI:NL:HR:2015:3696
- HR 24 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:716
- HR 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474
- HR 24 mei 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP6581
- HR 14 april 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH1437
- HR 6 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO9905
- HR 15 september 1986, ECLI:NL:HR:1986:AC4312
- HR 28 mei 1985, ECLI:NL:HR:1985:AC8903
- HR 23 september 1980, ECLI:NL:HR:1980:AC6985