HR 24 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:760

OM-cassatie en cassatie klagers. Beklag, beslag ex art. 94 Sv in bedrijfspand op (gegevensdragers met) documenten/gegevens verzonden of ontvangen door buitenlandse advocaten werkzaam in dienstbetrekking bij bedrijf (‘in-house counsels’) t.z.v. verdenking tegen dat bedrijf van ambtelijke omkoping. 1. Ontvankelijkheid cassatieberoepen. Is beschikking van Rb een eind- of tussenbeschikking? 2. HR maakt opmerkingen over verschoningsrecht voor advocaten in dienstbetrekking. Ad 1. De beschikking is gegeven in een beklagprocedure voor verschoningsgerechtigden ex art. 98.4 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2014:370 m.b.t. de vraag wat moet worden verstaan onder ‘een beschikking ingevolge art. 552a’ Sv waartegen o.g.v. art. 552d jo. 445 Sv cassatieberoep openstaat en voegt daaraan toe dat, als de procedure van art. 98.4 jo. art. 552a Sv is gevolgd, daaronder ook kan worden begrepen een beschikking waarin de beklagrechter het beklag dat zich richt tegen de door de RC ex art. 98.3 Sv gegeven beslissing, gegrond of ongegrond heeft verklaard. Gelet op de overwegingen van de Rb (o.m. inhoudend dat zij ‘gelet op de beperkte omvang van de beslissing van de RC thans uitsluitend zal oordelen over de beslissing betreffende het zelfstandige verschoningsrecht van de in-house counsels) is de beschikking een tussenbeschikking waartegen geen afzonderlijk cassatieberoep openstaat. Ad 2. In strafzaken geldt, evenals in civiele zaken (vgl. HR:2013:BY6101), dat aan een advocaat het verschoningsrecht niet kan worden ontzegd op de enkele grond dat hij in dienstbetrekking werkzaam is. Wel zal moeten blijken dat de waarborgen in acht zijn genomen m.b.t. een onafhankelijke praktijkuitoefening en ongestoorde naleving van de beroeps- en praktijkregels. HR onderscheidt daarbij: (a) de advocaat die in Nederland overeenkomstig art. 1 Advocatenwet staat ingeschreven op het tableau van de Nederlandse Orde van Advocaten; (b) de persoon die niet overeenkomstig art. 1 Advocatenwet in Nederland is ingeschreven, maar wel in een andere EU-lidstaat, een andere EER-staat of Zwitserland gerechtigd is zijn beroepswerkzaamheden uit te oefenen onder de benaming advocaat of een daarmee overeenkomstige benaming in de taal van de staat van herkomst, en die in Nederland werkzaamheden bij wijze van dienstverrichting uitoefent (art. 16b Advocatenwet), dan wel in Nederland onder de oorspronkelijke beroepstitel werkzaam is (art. 16h Advocatenwet); (c) andere gevallen. Ad (a) en (b). Aan deze personen komt het verschoningsrecht toe als zij bij het verrichten van de werkzaamheden beschikken over het in art. 5.12 Verordening op de advocatuur (Voda) bedoelde professioneel statuut. Aan dit vereiste wordt ook voldaan als de onder (b) bedoelde personen kunnen aantonen dat zij beschikken over een naar het recht van het land van herkomst gesloten overeenkomst met de werkgever die gelijkwaardige garanties biedt voor een onafhankelijke praktijkuitoefening en ongestoorde naleving van de beroeps- en praktijkregels als dat statuut. Ad (c) In deze gevallen kan het verschoningsrecht in Nederland worden ingeroepen t.a.v. werkzaamheden als advocaat, als (i) de buitenlandse advocaat naar het recht van het land van herkomst in relatie tot de betreffende werkzaamheden verschoningsgerechtigd is, en (ii) gesteld dat die werkzaamheden in Nederland zouden zijn verricht door een in Nederland ingeschreven advocaat, het verschoningsrecht eveneens zou kunnen worden ingeroepen. Aan de betreffende persoon komt het verschoningsrecht toe als een overeenkomst bestaat met de werkgever die gelijkwaardige garanties biedt voor een onafhankelijke praktijkuitoefening en ongestoorde naleving van de beroeps- en praktijkregels als het in art. 5.12 Voda bedoelde statuut. HR merkt op dat ook de advocaat in dienstbetrekking zich uitsluitend op een verschoningsrecht kan beroepen t.a.v. wat hem is toevertrouwd vanwege zijn hoedanigheid van advocaat (vgl. HR:2010:BN0526 en HR:2015:3258). Of daarvan sprake is, zal van geval tot geval moeten worden beoordeeld, waarbij m.n. van belang is of de verrichte werkzaamheden verband houden met een aanhangige of te verwachten procedure. In gevallen waarin de inhoud van inbeslaggenomen stukken niet duidt op een zodanige uitoefening van de rechtspraktijk, zal het beroep op het verschoningsrecht moeten falen. Volgt n-o verklaring van de beroepen. CAG: anders t.a.v. ontvankelijkheid en verschoningsrecht.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken