HR 25 oktober 1983, ECLI:NL:HR:1983:AG4685
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op controledossiers onder klagers (accountantsmaatschap en 2 accountants) t.z.v. verdenking van onregelmatigheden met invoerheffingen gericht tegen bedrijf waarvoor maatschap als accountant optreedt en accountants. 1. Heeft registeraccountant ex art. 98.1 jo 218 Sv verschoningsrecht? 2. Heeft Rb beroep op verschoningsrecht op goede gronden verworpen? Ad 1. In Wet op de Registeraccountants is niet bepaald dat registeraccountant zich in rechte kan verschonen van geven van getuigenis. Registeraccountant heeft ex art. 10 Gedrags- en beroepsregels registeraccountants plicht tot geheimhouding van al hetgeen hem in uitoefening van zijn beroep als geheim is toevertrouwd of wat daarbij als vertrouwelijke aangelegenheid te zijner kennis is gekomen. Art. 218 Sv heeft het oog op personen tot wier taak het behoort aan anderen hulp te verlenen doch die deze taak slechts dan naar behoren kunnen vervullen indien zij zich ook tegenover strafrechter kunnen verschonen t.a.v. geheimen welke hun zijn toevertrouwd door hulpzoekenden die in strijd met algemeen belang hun geen hulp zouden vragen indien niet zekerheid zou bestaan geheimen ook tegenover strafrechter worden bewaard. Registeraccountant wiens functies primair controlerend zijn, kan niet worden gerekend tot bedoelde hulpverleners. Belanghebbenden bij goede vervulling van die controlerende functie zijn volgens wetsgeschiedenis bij Wet op de Registeraccountants i.h.b. (a) groepen, die d.m.v. kapitaal- en geldmarkt belanghebbenden zijn (o.m. aandeelhouders, obligatie- en pandbriefhouders, polishouders, pensioentrekkers, banken en spaarders), (b) overheid en (c) bestuurders van ondernemingen, instellingen en diensten van allerlei aard. Voorts kan worden gedacht aan werknemers en ondernemingsraad. Van erkenning van verschoningsrecht van registeraccountant tegenover strafrechter zou, nu deze niet behoort tot hiervoor bedoelde personen, sprake kunnen zijn indien belangen van categorieën van belanghebbenden niet naar behoren zouden kunnen worden gediend indien registeraccountant tegenover strafrechter bedoeld recht niet zou kunnen laten gelden en bovendien wel met die belangen samenhangende geheimhoudingsplicht zwaarder zou moeten wegen dan aanzienlijk belang van goede strafrechtspleging in gevallen waarin daarvoor noodzakelijke waarheidsvinding mede afhankelijk is van getuigenis van registeraccountants. Verscheidenheid in belangen van genoemde categorieën in aanmerking genomen kan bezwaarlijk in zijn algemeenheid worden gezegd dat het in het belang van deze categorieën zou zijn wanneer registeraccountant feiten en omstandigheden welke bij uitoefening van zijn controlefunctie te zijner kennis zijn gekomen tegenover rechter niet zou behoeven te openbaren wanneer hij als getuige wordt gehoord. Veeleer brengt die verscheidenheid mee dat hetgeen hem bekend wordt i.h.k.v. zijn controle niet kan worden ontbeerd bij het aan de dag brengen van waarheid (belang dat in strafproces voorop staat). Aan hiervoor bedoelde voorwaarden voor erkenning van verschoningsrecht als uitzondering op algemene regel dat getuige volledige waarheid behoort te openbaren is derhalve niet voldaan. Door beklag ongegrond te verklaren is Rb tot juiste beslissing gekomen, terwijl art. 98 Sv aan inbeslagneming van bescheiden onder klagers niet in de weg staat. Ad 2. Klacht dat Rb beroep op verschoningsrecht op onjuiste gronden heeft verworpen, kan evenmin tot cassatie leiden, omdat, wat er zij van die gronden, uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat belang van klagers (dat hun uiteengezet wordt waarom hun beroep op verschoningsrecht niet kan worden aanvaard) niet meer vergt dat bestreden beschikking wordt vernietigd. Volgt verwerping.
De uitspraak op rechtspraak.nl