Art. 16h Advw, De bevoegdheden en verplichtingen van de advocaat uit een andere lidstaat die onder zijn oorspronkelijke beroepstitel als advocaat werkzaam wil zijn
1. Degene die niet met inachtneming van artikel 1 is ingeschreven, maar die wel in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of in Zwitserland hierna te noemen staat van herkomst, gerechtigd is zijn beroepswerkzaamheid uit te oefenen onder de benaming advocaat of een daarmee overeenkomstige benaming in de taal of in de talen van de staat van herkomst, heeft het recht om permanent dezelfde werkzaamheden uit te oefenen als de overeenkomstig artikel 1 ingeschreven advocaat nadat hij zich heeft laten inschrijven op het tableau van de Nederlandse orde van advocaten.
2. De secretaris van de algemene raad schrijft de advocaat in na overlegging van een verklaring van inschrijving bij de bevoegde autoriteit van de staat van herkomst, indien de verklaring niet langer dan drie maanden voor het moment waarop de aanvraag om inschrijving is ingediend is afgegeven.
3. De secretaris van de algemene raad stelt de bevoegde autoriteit van de staat van herkomst in kennis van de inschrijving.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 24 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:760
- Rb. 's-Gravenhage 5 augustus 2004, ECLI:NL:RBSGR:2004:AQ6495
- Conclusie A-G Spronken 25 januari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:62
- Conclusie A-G Bleichrodt 11 mei 2021, ECLI:NL:PHR:2021:468
- ABRvS 17 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:98
- Rb. Rotterdam 28 januari 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:527
- Rb. Den Haag 5 oktober 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:10706
- Rb. Den Haag 23 december 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:16141
- Conclusie A-G van Wees 7 april 2026, ECLI:NL:PHR:2026:362
- Conclusie A-G Drijber 6 december 2024, ECLI:NL:PHR:2024:1328
- Conclusie A-G Assink 7 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:136
- Hof Den Haag 25 mei 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:897
- Hof Arnhem-Leeuwarden 16 juli 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:4677